Op reis met de NTM

De Nederlandsche Tramweg Maatschappij 1880-1971

Titel: Op reis met de NTM
Auteur: Melle C. van der Goot
ISBN: 9789056155674
Uitgeverij: Uitgeverij Bornmeer / Noordboek juli 2019 - www.bornmeer.nl
Omvang: 144 pagina's 22x21 cm, zachte kaft
Illustraties: meer dan 100 foto's, het meest in zwart/wit
Prijs: € 17,50

Na lange tijd verscheen er eindelijk weer eens een boek met als thema de autobus. Deze keer van uitgeverij Noordboek, met als thema de NTM 1880-1971.

In 1880 werd de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) opgericht. Doel van het bedrijf was in Nederland trambanen aan te leggen en te exploiteren, te beginnen met paardentrams, al snel gevolgd door de stoomtram. Busliefhebber Melle van der Goot schetst in dit boek de geschiedenis van de NTM; hij werd hierin geïnspireerd door zijn, in 2013 overleden busvriend en NTM-kenner Sietze Kunst, die alles verzamelde over de NTM. Dat werd hem met de paplepel ingegoten door zijn vader die chef-monteur was bij de NTM. Melle had al ervaring met het schrijven van busboeken, namelijk een boek over de ZWH en een over de LABO zijn ook van zijn hand.


Op reis met de NTM behandelt de uitbreiding van het bedrijf in Noord-Nederland tot 1920 en de concurrentie van en overstap naar autobussen in de jaren dertig. Vervolgens beschrijft de auteur de woelige oorlogsjaren en de bloei van het bedrijf in het eerste decennium na de bevrijding, totdat de NTM in 1971 opging in de FRAM. Op reis met de NTM is rijk geïllustreerd met uniek beeldmateriaal uit privéverzamelingen en bedrijfsarchieven.

Wie destijds het kantoorgebouw van de Nederlandse Tramweg Maatschappij aan de Stationsstraat te Heerenveen binnenstapte zag in de hal een model van een tramlocomotief met rijtuigen. Uiteraard klopt dit beeld met de naam van de vervoersmaatschappij, maar toch gaat de N.T.M. de geschiedenisboeken in als busbedrijf. Voor zover ik mij herinner is er niet eerder een dergelijk boekwerk verschenen over dit bedrijf dat bijna 100 jaar bestond, maar in 1971 opging in de FRAM.

Het boek start met de oprichting in 1880, voortgekomen uit een verzoek van een Belgische industrieel uit Brussel om een tramweg aan te leggen voor het vervoer van personen en goederen. Uiteraard begon de exploitatie met paarden, vanaf 1882 gevolgd door de eerste stoomtrams. Vanaf 1931 zien we de eerste autobussen verschijnen op tramlijnen met weinig passagiers. Een keur van busmerken als Bedford, GMC en Steward passeren in het boek de revue. Ook de NTM ontkwam niet aan de 2e wereldoorlog en kreeg te maken met gevorderde bussen, gasgeneratoren en na de oorlog een volledig geplunderd, leeggeroofd en vernield bedrijf. Zoals de meeste busbedrijven wordt de dienst weer langzaam opgestart met legervoertuigen als de Austin Bellewagens en GMC's.

In 1947 zijn alle tramlijnen opgeheven en is NTM een volledig busbedrijf. De komende jaren zal er een strijd losbarsten tussen vervoerders NTM, NWH en de DABO, met als gevolg veel rechtszaken en onderhandelingen over te verkrijgen vergunningen voor buslijnen
Het boek gaat verder met de beschrijving van het materieel, waaronder de stoere Crossley, en de Scania op een carrosserie van o.a. Hainje. Aparte vermelding hierbij is er voor Crossley 1108. Deze bus met een opbouw van De Schelde uit Papendrecht werd in 1948 afgeleverd en bij de VELOX te Arnhem ingezet op een trein vervangende busdienst. Na beëindiging hiervan deed de wagen tijdelijk dienst bij de NBM tot opslag bij de NTM in Drachten. Hij kwam niet meer in dienst maar werd door de N.S. omgebouwd tot schermbeeldauto voor TBC-onderzoek onder personeel van NS en dochterondernemingen. In 1969 werd het voertuig overcompleet en door SVA terug verbouwd tot (museum) bus.

Langzaam komen dan de wat bekendere bolramers in beeld, gebouwd door Leyland met een opbouw van Werkspoor. Deze stonden bekend om hun gebogen panoramische voorruit om schittering vanuit het voertuig bij avond tegen te gaan. Ook zien we de stoere Scaniabussen met opbouw van Hainje en de Leyland semi-tourbus van Verheul, serie 4200 (waarvan o.a.museumbus 4282 van Citosa de herinnering aan dit model levend houdt). Deze bussen waren weer voorzien van een geknikte voorruit.

Tenslotte belanden we in het boek in de laatste jaren van de NTM. Er wordt nog fraai materieel aangeschaft, zoals de twee reiswagens van Verheul met de befaamde panoramaruiten in de dakrand. Van Hainje kwam de voorloper van de later zo populaire standaardbus, de DAF-Hainje serie 6300 uit 1967. In 1970 werden de laatste bussen, semitourbussen met de nummers 2917 t/m 2919 aangeschaft. In 1971 kwam het FRAM-logo op de bussen. Vanwege grote verliezen bij de kleine Friese ondernemers meldden de LABO en LAB zich bij de N.S. om te praten over overname. De NTM en NS namen de bedrijven gezamenlijk over. Uiteindelijk gingen de bedrijven over in de FRAM en kwam er een einde aan 40 jaar busvervoer van de NTM en aan dit boek.

Het nu verschenen boek over de NTM van uitgever Noordboek is absoluut de moeite van aanschaf waard, zeker voor de zichzelf respecterende busliefhebber. De foto's zijn van prima kwaliteit, zeker ook de afbeeldingen van de allereerste bussen in 1930. Tekst en foto's worden op een speelse manier afgewisseld met afbeeldingen van advertenties, dienstregelingen, plaatsbewijzen en briefwisselingen. Wat zeer te waarderen is, is dat het boek afsluit met een compleet wagenparkoverzicht van 1930 tot de overname in 1971. Bij veel uitgaven ontbreekt dit, niet onbelangrijke onderdeel van de hobbybeleving. En dan is de uitgave ook nog bijzonder vriendelijk aan te schaffen voor € 17,50

Tenslotte een opmerking: op pagina 12 start het onderwerp over de stroomtram. Zowel auteur als corrector zullen over het hoofd hebben gezien dat dit toch echt stoomtrams betrof.

Ruurd Berendes
Boekrecensies


Buskaartjes NTM maart/april 1949. Collectie: Ruurd Berendes


Advertentie NTM. Collectie: Ruurd Berendes

naar boven